Op de cartouche van de kaart van Nicolaas Witsen komt een loods voor.  In dit artikel gaan we zowel de kaart als de loods nader bespreken.

Verder een artikel over Johan de Witt, die zelf ging loodsen en de Nederlandse vloot tijdens de Tweede Engelse oorlog door het Spanjaardsgat leidde!

1712 Nicolaas Witsen,  Isaac de Graaf

Kaart van Nicolaas Witsen uit 1712
Kaart van Nicolaas Witsen uit 1712 Foto: Zuiderzeemuseum

– Schaal [ca. 1 : 130.000], [onder titel] 3 ¾ Duytsche Mylen 15 in een Graad = 17,3 cm.
– 1 pas-kaart: koperdiepdruk, ingekleurd; 57 x 97,5 cm
– Het westen boven, twee kompasrozen boven rechts van het midden en in het midden van de kaart; kompaslijnen aangegeven.
– Titel is afgebeeld op een gedenksteen op een podium in  het cartouche linksboven in de kaart, met rechts Neptunus en links een loods of schipper met peillood.
– Datering kaartbeeld: 1712
– Met schaalstok.

De kaart staat beschreven in het boek Spiegel van de Zuiderzee

De cartouche

Cartouche van de kaart
Cartouche van de kaart

In het cartouche staat de volgende tekst:

TEXEL en FLIE / STROOM / By eygen Herhaalde Pylingen en lange Ondervindinge / Misgaders uyt Mondeling verslag, en aanwysinge / van Verschyde Ervarene Lootsluyden / Ontworpen en ter Nedergesteld / Door / N. Witsen, Cons. Amst. / in het jaar MDCCXII. / Alles gelegd na de wysing der Hedendaegze Compassen, welke bevonden / zyn genoegsaem een Streck Noordwestering te hebben; [ linksonder buiten kader] Jacob Keyser sculptor.

Bijzonderheden

Nicolaas Witsen (1641-1717) was burgemeester van Amsterdam en heeft zich persoonlijk bezig gehouden met de hydrografische kartering van de zeegaten van de Zuiderzee. Sinds 1696, toen hij inspecteur van de commissie van de pilotage werd, nam hij deel aan de opname van de zeegaten het Vlie en het Marsdiep. Het resultaat is bewaard gebleven in de  bovenbeschreven handschriftkaart.

De kaart is door Isaak de Graaf een aantal malen gekopieerd, wat verwonderlijk is voor een manuscriptkaart. De Graaf was kaarttekenaar voor de VOC en bijzonder bedreven in het vervaardigen van kaarten. Het vermoeden is, dat op een gegeven moment de vraag naar deze kaart zo groot werd, dat een gedrukte kaart voordeliger werd. In hetzelfde jaar verscheen ook een gedrukte versie van deze kaart.

De Loods / Pilot

Een (zeeman) loods met een peillood (pilot) is aan boord  voor het peilen van de ondiepten in vaargeulen. Belangrijker dan het vaststellen van je eigen scheepspositie, vooral tijdens slecht of beperkt zicht zoals bij mist, is na te gaan of er altijd voldoende water onder de kiel aanwezig is!

Het handlood wordt gebruikt om diepten van ten hoogste 20 à 25 vademen aan te loden (vadem is een lengtemaat, oorspr. afstand tussen rechter en linkerhand bij zijwaarts gestrekte armen). Het gewicht van het handlood varieert van 3½ tot7 kg. Het lood, de ziel ( zoals bijv. in de onderkant van een wijnfles) is gevuld met schapenvet voor het bepalen van de bodemsoort, zoals bijv. op deze kaart aangegeven modder, sandt, slijk, hard sand, enz. De handloodlijn, die 25 à 30 vademen lang is, is een 3-strengs kabelslag ongeteerde henneplijn van 18 garens. Hennep neemt snel water op, waardoor de lijn dus vlug zal zinken. De lijn werd voor gebruik gedurende  ongeveer 24 uren flink gerekt, meestal door middel van een takeltje. Vervolgens werd de lijn nat gemaakt en gemerkt door middel van gekleurde lapjes (rode 3 vadem, witte 5 vadem, blauwe 7 vadem) met op 10 vadem een leertje met één gaatje of een knutteltje met één knoop.

De loods op de kaart van Witsen
De loods op de kaart van Witsen

De loods met zijn hand- of peillood komt nogal vaak voor in cartouches van onder andere:
Lucas Jansz. Waghenaer zie: Titelpagina Spiegel der Zeevaerdt 1584 of van de Zee-atlas van Johannes van Loon,1661 en 1707. De English Pilot, John Seller 1671, Joannis van Keulen, boekverkoper en graadboog-maker in Amsterdam, Johannes Loots 1707, Johannes Covens, Cornelis Mortier, Willem Jansz. Blaeu 1623 enz.

De pilot of loods is dus oorspronkelijk geen verkeersvlieger, gevechtsvlieger, sportvlieger of ballonvaarder, maar een navigator die aan boord de waterdiepten onder het schip moest vaststellen.

Raadpensionaris Johan de Witt, de loods met de handlood

Het Spanjaardsgat was de vroegere doorgang in zee ten westen van het Marsdiep in N.W. richting. Ontstaan na de doorbraak waarbij het Marsdiep ontstond in 1170 (zie Marsdiep). Door verheling met de kust van zandbanken verliep de loop van het Spanjaardsgat. In 1523 stak het recht in zee in noordwestelijke richting, maar in 1681 was het in noordoostelijke richting afgebogen en lag het evenwijdig aan de Texelse kust. Omstreeks 1720 werd het gat steeds ondieper, zelfs grote visserschepen konden er niet meer door en in 1732 was er nog een smalle en onbevaarbare geul langs de kust over. In 1737-1738 verdween het Spanjaardsgat.

Toen was echter alweer een nieuw zeegat ontstaan, de ‘Slenck’, ook wel Nieuwe Gat genoemd, die recht in zee stak, op dezelfde plaats waar honderd jaar eerder het Spanjaardsgat lag. De overblijfselen van het Spanjaardsgat, na de verheling met de Texelse zuidkust, kennen we nu als de duinvallei ‘De Geul’ en een ruime baai, De Mok. Het Spanjaardsgat, ook wel Spangiaertsgat(t) genoemd, was een belangrijke vaargeul voor de scheepvaart van de 16e tot het begin van de 18e eeuw.

Standbeeld van Johan de Wit in Den Haag
Standbeeld van Johan de Wit in Den Haag Foto: Wikipedia

Tijdens de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) heeft het Spanjaardsgat een belangrijke rol gespeeld. Een deel van de Nederlandse vloot lag op de Texelse Rede te wachten op gunstige wind om uit te varen en zich te verenigen met de vloot die op zee voor Vlissingen lag. De Engelse vloot blokkeerde de uitgang van het Marsdiep echter en de Hollandse kapiteins durfden niet uit te varen. Raadspensionaris Johan de Witt kwam uit Den Haag over en gaf het advies via het Spanjaardsgat zee te kiezen, wat afgeraden werd door de bewindvoerders en loodsen, vanwege de toen al toegeslagen verzanding van het Spanjaardsgat.

 De Witt voerde zelf met een klein bootje dieptemetingen uit en toonde aan dat de grote oorlogsschepen wel degelijk door de geul konden varen. In de avond van 16 augustus 1665 voer men uit, geholpen door zestien verlichte Texelse vissersschepen die aan weerszijden van het Spanjaardsgat opgesteld lagen om de vaargeul aan te geven. De Witt loodste zelf de twee grootste schepen als eerste door het gat om de weifelaars te overtuigen. Uit respect voor De Witt’s bekwame optreden werd toen voorgesteld het Spanjaardsgat voortaan ‘Heer De Witt’s Diep’ te noemen, maar na de moord op de gebroeders De Witt in 1672 werd daar niets meer van vernomen. Gezien zijn maritieme verdiensten voor Texel is in Oudeschild een straat naar De Witt genoemd. Deze De Wittstraat loopt van de Trompstraat in een pleinvorm naar het voetpad dat de verbinding vormt met de Commandeurssingel.

Loods op kaart van Nicolaas Witsen
Getagd op:                    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *