FortMinister Plasterk heeft de aanwijzing van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als rijksmonument in gang gezet. Dit betekent dat nagenoeg alle bouwwerken in de Waterlinie beschermd worden. Hiermee wordt de Hollandse Waterlinie met haar 46 forten,vijf vestingsteden en honderden bunkers, sluizen en dijken het grootste monument dat Nederland rijk is.

Benoeming tot rijksmonument

Plasterk voltrok de handeling 27 september in Fort aan de Klop in Utrecht door het aanwijzingsprogramma te overhandigen aan Ed d’Hondt, voorzitter van het bestuurlijk platform van de Waterlinie. D’Hondt noemde de aanwijzing als monument ‘de basis onder de bescherming van de Waterlinie’, terwijl Plasterk sprak over ‘MoMo avant la lettre’, verwijzend naar de Modernisering Monumentenzorg (MoMo).

Kaart

Kaart van Fort Wierickerschans, door Provinciaal Historisch Centrum Zuid-Holland

De aanwijzing van De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een stap op weg naar de nieuwe aanpak bij de bescherming van monumenten, zoals afgelopen vrijdag door de ministerraad vastgelegd in de Modernisering Monumentenzorg. Deze aanpak maakt het mogelijk om behalve het monument, ook zijn omgeving te beschermen en om landschappen, kanalen en dijken als cultuurhistorisch waardevol aan te merken. Dat was in het verleden niet mogelijk.

Voor de Waterlinie betekent dit dat de onderdelen die in militaire samenhang zijn gebouwd nu ook als zodanig worden beschermd. Naast de mogelijkheid om andere objecten dan gebouwen als waardevol aan te merken, worden de procedures voor zowel eigenaren als overheden ook eenvoudiger en dus sneller. Tegelijkertijd wordt herbestemming makkelijker gemaakt, zodat forten en andere monumenten opnieuw gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden dan waarvoor ze zijn gebouwd.

 

Geschiedenis van de Nieuwe Hollandse Waterlinie

De eerste schetsen voor de Nieuwe Hollande Waterlinie dateren van het eind van de achttiende eeuw. Cornelis Krayenhoff, vanaf 1796 directeur de Hollandse Fortificatiën, pleitte voor een verschuiving van de oude Hollandse Waterlinie in oostelijke richting, zodat ook Utrecht daarbinnen zou vallen. Na de inlijving in het Franse keizerrijk bleek dat Napoleon Bonaparte belangstelling had voor dit plan, omdat daarmee de voor hem strategisch belangrijke stad Amsterdam goed verdedigd zou kunnen worden. Tot een uitvoering kwam het echter niet. Na de val van Napoleon werd het project weer ter hand genomen, en in 1815 besloot koning Willem I tot uitvoering ervan.

De bouw nam geruime tijd in beslag. Het gehele complex van sluizen, forten en andere werken dat in 1815 was gepland werd pas omstreeks 1870 voltooid. In de jaren daarna zou er, vooral onder invloed van technische ontwikkelingen op het gebied van geschut en munitie, nog voortdurend aan de forten verbouwd worden, tot aan de mobilisatie van 1939 aan toe.

Hoewel de forten de meest "zichtbare" onderdelen van de waterlinie waren, was de werking van de linie vooral afhankelijk van de samenhang tussen de diverse onderdelen. Een klein sluisje of dijkje kon een essentieel onderdeel zijn, omdat het moest zorgen voor het exact reguleren van het inundatiepeil.

 

Bronnen en meer informatie

Nieuwe Hollandse Waterlinie is rijksmonument
Getagd op:        

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *