Met de verschijning van het vijfde deel van Koeman’s Atlantes Neerlandici is een belangrijk nieuw hoofdstuk toegevoegd aan het onderzoek naar de Nederlandse atlasgeschiedenis. Peter van der Krogt beschrijft hierin de grote folioatlassen uit de periode circa 1660–1825.

De Nederlandse cartografie beleefde in de zeventiende en achttiende eeuw een periode van grote bloei. Amsterdam ontwikkelde zich tot een belangrijk centrum voor de productie en handel in kaarten en atlassen. Uitgevers als Visscher, De Wit, Mortier en Ottens brachten werken op de markt die hun weg vonden naar verzamelaars en bibliotheken in binnen- en buitenland.
Over deze bijzondere periode is nu een omvangrijk nieuw standaardwerk verschenen. Cartografiehistoricus Peter van der Krogt publiceerde het vijfde deel van Koeman’s Atlantes Neerlandici, gewijd aan de grote folioatlassen uit de periode circa 1660–1825.
De uitgave bestaat uit vier boekdelen met samen bijna 3.000 pagina’s en ongeveer 3.500 illustraties. Daarmee vormt zij een belangrijke aanvulling op de bestaande literatuur over de geschiedenis van de Nederlandse cartografie.
De opvolgers van Blaeu en Janssonius
Wanneer we denken aan de Nederlandse atlasproductie, komen al snel de namen Mercator, Hondius, Janssonius en Blaeu naar voren. Hun atlassen behoren tot de bekendste cartografische werken uit de zestiende en zeventiende eeuw.
Maar de Nederlandse atlasproductie hield niet op bij deze beroemde uitgevers.
In de tweede helft van de zeventiende eeuw namen andere Amsterdamse uitgevers een belangrijke plaats in. Families en bedrijven als Visscher, De Wit, Danckerts, Allard, Schenk, Valk, Mortier, Covens en Ottens zetten de atlasproductie voort en ontwikkelden hun eigen uitgaven.
Juist deze uitgevers staan centraal in het nieuwe vijfde deel.
Het onderzoek laat zien hoe ingewikkeld de geschiedenis van deze atlassen kan zijn. Kaarten werden opnieuw uitgegeven, koperplaten wisselden van eigenaar en bestaande kaarten werden in verschillende combinaties samengebracht. Daardoor is het niet altijd eenvoudig vast te stellen wanneer een atlas verscheen, wie de uitgever was en hoe verschillende exemplaren zich tot elkaar verhouden.
Meer dan duizend atlassen onderzocht
Een bijzonder aspect van het onderzoek is de omvangrijke documentatie waarop het is gebaseerd.
Voor de reconstructie van de uitgeversgeschiedenis zijn meer dan duizend atlasexemplaren fotografisch gedocumenteerd. Daarmee kon de samenstelling van verschillende uitgaven nauwkeurig worden vergeleken.
Dit leverde nieuwe inzichten op in de manier waarop uitgevers hun atlassen samenstelden. Het onderzoek nuanceert onder meer de oudere opvatting dat veel van deze werken slechts willekeurig samengestelde verzamelatlassen waren, de zogenoemde atlas factices.
De nieuwe bibliografie biedt uitvoerige beschrijvingen van de atlassen en hun kaarten, aangevuld met afbeeldingen en registers. Daarmee is het werk vooral van belang voor onderzoekers, bibliotheken, kaartverzamelaars en antiquaren.
Voortzetting van het werk van Cornelis Koeman
Koeman’s Atlantes Neerlandici bouwt voort op het pionierswerk van de Nederlandse cartografiehistoricus Cornelis Koeman (1918–2006).
Zijn oorspronkelijke Atlantes Neerlandici, verschenen tussen 1967 en 1985, was de eerste omvangrijke bibliografie van in Nederland uitgegeven atlassen.
Peter van der Krogt begon in de jaren negentig aan een volledig herziene en uitgebreide editie. Hiervoor werden onder meer circa 1.500 bibliotheken wereldwijd benaderd om hun bezit aan Nederlandse atlassen in kaart te brengen.
De eerdere delen behandelden onder andere de atlassen van Mercator, Hondius, Janssonius, Blaeu en Ortelius, evenals de grote stedenatlassen.
Met het verschijnen van deel V krijgt nu ook de latere periode van de Nederlandse folioatlasproductie een uitvoerige behandeling.
Een belangrijk naslagwerk
Het nieuwe deel maakt duidelijk hoe omvangrijk en veelzijdig de Nederlandse atlasproductie was.
Voor de historische cartografie is niet alleen de inhoud van een kaart van belang. Ook de geschiedenis van de koperplaten, de verschillende uitgaven en de samenstelling van atlassen vertelt iets over de manier waarop geografische kennis werd verspreid.
Met deze publicatie is een belangrijke nieuwe bron beschikbaar gekomen om die geschiedenis verder te onderzoeken.
Gegevensblok
| Gegeven | Informatie |
|---|---|
| Titel | Koeman’s Atlantes Neerlandici. New Edition. Vol. V |
| Ondertitel | The Folio Atlases by Visscher, De Wit, Danckerts, Allard, Schenk, Valk, Mortier, Covens, Ottens and others, c. 1660–c. 1825 |
| Auteur | Peter C.J. van der Krogt |
| Uitgever | Brill, Leiden |
| Verschijningsjaar | 2026 |
| Uitvoering | Vier gebonden boekdelen |
| Omvang | 2.964 pagina’s |
| Illustraties | Circa 3.500 |
| Taal | Engels |
| ISBN | 9789004426146 |
| Onderwerp | Nederlandse folioatlassen, circa 1660–1825 |
De verschijning van dit vijfde deel is een belangrijke gebeurtenis voor iedereen die zich bezighoudt met oude kaarten en atlassen. Het werk biedt niet alleen een uitgebreid overzicht van de Nederlandse atlasproductie, maar maakt ook zichtbaar hoeveel onderzoek nodig is om de geschiedenis van afzonderlijke kaarten en atlasuitgaven te reconstrueren.
Wie meer wil weten over het onderzoeksproject en de eerdere delen, vindt op de website van Explokart een uitgebreid overzicht.
BEKIJK HET ONDERZOEKSPROJECT
Koeman’s Atlantes Neerlandici – Explokart
Deze pagina is rechtstreeks toegankelijk en bevat de achtergrond van het project, een overzicht van alle verschenen delen en informatie over de komende publicaties.
BEKIJK DE UITGAVE BIJ BRILL
Koeman’s Atlantes Neerlandici, deel V – uitgever Brill
